Pesten is onacceptabel en vraagt om een krachtige reactie vanuit de school. Het kan grote gevolgen hebben voor de zondebok (onzekerheid, faalangst, depressie, zelfdoding), maar ook voor de pester (problemen met sociale relaties, geen problemen met geweld, grotere kans in het criminele circuit terecht te komen).
Wanneer is er sprake van pesten?
Bij pesten wordt een en dezelfde persoon stelselmatig gekwetst, bedreigd en/of geïntimideerd. Pesten is een vorm van geweld en daarmee grensoverschrijdend en bedreigend.
Het is de zondebok die uiteindelijk bepaalt of er sprake is van pesten. Wat voor de één een vorm van ongewenst gedrag is, hoeft dat voor de ander niet te zijn. Wat voor de één een grapje is, kan door de ander als vervelend, kwetsend of bedreigend ervaren worden.
Hoe wordt er gepest?
- Verbaal: vernederen, belachelijk maken, bijnaam geven.
- Digitaal: via mail, sms, hyves etc. bedreigen of zwart maken.
- Fysiek: schoppen, slaan, duwen, laten struikelen, haren trekken etc.
- Intimidatie: iemand opwachten of nalopen, doorgang versperren.
- Isolatie: Buiten sluiten in de klas, doodzwijgen.
- Vernielen of stelen: beschadigen of afpakken/stelen van spullen.
De zondebok
Sommige leerlingen lopen meer kans gepest te worden dan anderen. Dit kan o.a. te maken hebben met hun uiterlijk, gedrag, gevoelens, geaardheid of sociale uitingsvormen.
De zondebok beschikt veelal over een beperkte weerbaarheid. Ze zijn angstig en onzeker in een groep. Ze stralen uit niet in staat te zijn zelf actie te ondernemen tegen de pester(s).
De zondebok voelt zich vaak eenzaam en heeft in de “pest”omgeving geen vrienden om op terug te vallen.
Thuis en op school wordt er vaak niet gesproken over het pesten, wat kan komen door:
- schaamte;
- angst dat er met de pester gesproken gaat worden en dat daardoor het pesten toeneemt;
- het onoplosbaar lijken van het probleem;
- het onder druk gezet zijn door de pester er niet over te mogen praten.
De pester
Pesters zijn vaak fysiek en/of verbaal de sterkeren in de groep. Ze dwingen hun populariteit af door stoer en onkwetsbaar ogend gedrag. Daarnaast dreigen ze met geweld of de indirecte inzet van geweld. Vaak zijn ze onzeker en proberen zichzelf groter te maken door een ander kleiner te maken. Daarbij worden ze vaak gesteund door meelopers, die zo willen voorkomen zelf slachtoffer (zondebok) te worden.
De meeloper
Dit zijn veelal leerlingen die mee pesten om er zelf beter van te worden. De oorzaak kan liggen in angst om zelf slachtoffer te worden of ze vinden stoer gedrag wel interessant en denken zo in “populariteit” mee te liften met de pester. Het is belangrijk dat deze groep zich bewust wordt van hun (bij)rol/positie en te kijken of ze tot de helperrol te bewegen zijn, indien de curatieve aanpak niet werkt.
De zwijgende middengroep
Dit zijn de leerlingen die zich afzijdig houden. Ze voelen zich vaak schuldig over het feit dat ze niet in de bres springen of hulp inschakelen voor de zondebok. Het is belangrijk deze groep tot helpers te maken, indien de curatieve aanpak niet werkt.
De preventieve aanpak
Preventief wordt er in de Leefstijllessen aandacht besteed aan het onderwerp.
Van alle medewerkers wordt verwacht dat zij duidelijkheid laten bestaan over hoe er met elkaar wordt omgegaan (acceptatie van eigenheid en verschillen van mensen, ruzies worden uitgesproken i.p.v. uitgevochten, agressie wordt niet geaccepteerd).
De curatieve aanpak
Het is van groot belang dat de zondebok serieus wordt genomen en dat er een luisterend oor wordt geboden. Er wordt duidelijk stelling genomen tegen het pestgedrag en de zondebok wordt het perspectief geboden dat het probleem aangepakt zal gaan worden.
In de aanpak van het probleem is er voor de mentor en (indien nodig) schoolmaatschappelijk werk of counseling een belangrijke rol weggelegd.
Zondebok en pester worden beide betrokken bij de curatieve aanpak. Er moet uiteindelijk altijd een gesprek plaatsvinden tussen zondebok en pester o.l.v. bijv: mentor, schoolmaatschappelijk werker, counselor of zorgcoördinator, tenzij er zwaarwegende argumenten zijn om dit niet te doen.
Het kan belangrijk/noodzakelijk zijn de ouders van pesters en zondebok bij de aanpak te betrekken.
Tot slot worden er duidelijke afspraken gemaakt tussen pester en zondebok, waarvan verslag gedaan wordt in Magister.
Als een leerling vaker te maken heeft (gehad) met pesters, dan kan het aanbod tot het volgen van een Sociale Weerbaarheidtraining worden gedaan (deze cursus van 10 lessen wordt op school verzorgd door een externe trainer).
Indien nodig / wenselijk wordt de pester of de zondebok doorverwezen naar externe deskundige hulpverleners.