
Op het moment dat een school de gelegenheid krijgt om een nieuw schoolgebouw neer te zetten, biedt dat ook de mogelijkheid om opnieuw te kijken hoe je het beste een optimale leer- en leefomgeving voor leerlingen en medewerkers kunt maken. Twee vragen hebben daarbij centraal gestaan:
- welke onderwijsvormen kiezen wij?
- hoe maken wij een prettige, veilige leeromgeving voor onze leerlingen?
Welke onderwijsvorm kiezen wij?
Bij het kiezen van een nieuw onderwijsconcept moet je rekening houden met een aantal zaken. Zo is het belangrijk om in het voortgezet onderwijs gebruik te maken van de vaardigheden die de leerlingen op de basisschool zijn aangeleerd. (Zelfstandig werken, groepswerk, presentaties e.d.). Daarnaast moeten wij ons nadrukkelijk realiseren dat ons VMBO onderwijs geen eindonderwijs is. Vrijwel alle leerlingen zullen na het behalen van het diploma doorstromen naar het Middelbaar Beroeps Onderwijs.

De vaardigheden die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van onze leerlingen binnen het MBO zullen tijdens het verblijf op onze school aangeleerd moeten worden en waar mogelijk in de praktijk worden toegepast (leren buiten school) Kijkend naar de basisschool en naar het vervolgonderwijs is het al snel duidelijk dat alleen klassikaal onderwijs daar niet bij aansluit.
Daarom kiezen wij voor een onderwijsconcept waarin het mogelijk is maatwerk te leveren. Daarbij moet het onderwijs aansluiten bij de belevingswereld van onze leerlingen.
Hoe maken wij een prettige, veilige leeromgeving voor onze leerlingen?
Vmbo ’t Venster is gebouwd voor maximaal 850 leerlingen. Dat lijkt veel, maar de school is zo ingericht dat kleinere groepen een eigen deel van de school bewonen (Dit noemen we de ‘thuisbasis’) In dit eigen gedeelte verblijven de leerlingen het grootste gedeelte van de schoolweek, omringd door een eigen groep docenten en mentoren.
Wat merkt de leerling hiervan?
- de leerling is zelf actief bij het leerproces betrokken, leert veel beter de samenhang zien en leert meer vanuit praktijkgerichte situaties;
- er wordt soms klassikaal lesgegeven, bijvoorbeeld bij instructie of bijwerken van opgelopen achterstanden, maar vaker is de leerling individueel of in groepen actief;
- in plaats van vakken zijn er leergebieden met een grote onderlinge samenhang. Het gaat daarbij o.a. om de volgende leergebieden: Mens en natuur, Mens en maatschappij, Kunst en cultuur, Bewegen en sport, Moderne vreemde talen, Nederlands, Wiskunde;
- modern ingerichte werk- en studieruimtes;
- er wordt gewerkt met thema’s;
- elke leerling heeft eigen mentor en een vast kernteam;
- ICT-vaardigheden zijn in de leergebieden geïntegreerd;
- meer aandacht voor sociale vaardigheden;
- een prettig en veilig schoolklimaat;
- de leerstof sluit aan bij de belangstelling en behoeften van de leerlingen;
- er wordt gewerkt in dagdelen in plaats van lesuren van 50 minuten. Deze dagdelen worden in verschillende blokken ingedeeld;
- het onderwijs vindt zowel in de school als erbuiten, d.w.z. in de praktijk plaats.